daadwerkelijk

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • daad·wer·ke·lijk
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen daadwerkelijk
verbogen daadwerkelijke
partitief daadwerkelijks

Bijvoeglijk naamwoord

daadwerkelijk

  1. ook echt plaats vindend
    • Na de goedkeuring en maandenlange planning kon het daadwerkelijke bouwen starten. 
     Als ik Venetië en alles wat er was gebeurd daadwerkelijk wilde vergeten, moest ik mij eerst alles zo precies mogelijk herinneren. Wie zich niet alles herinnert wat hij wil vergeten, loopt het risico dat hij bepaalde zaken vergeet te vergeten.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Bijwoord

daadwerkelijk

  1. echt plaats vindend
    • Als er daadwerkelijk een auto wordt weggegeven, doe ik misschien wel mee. 
     Je zult vast obstakels tegenkomen of het eng vinden om daadwerkelijk alleen op reis te gaan, maar dit is met tijd en planning te voorkomen.[3]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen