complementair

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·ple·men·tair
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen complementair complementairder complementairst
verbogen complementaire complementairdere complementairste
partitief complementairs complementairders -

Bijvoeglijk naamwoord

complementair [1]

  1. aanvullend (ook (medisch))
    • In een additief kleursysteem, met lichtmenging, wordt het mengsel van twee complementaire kleuren wit 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen