bijklank

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bij·klank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bijklank bijklanken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bijklank m

  1. een associatie die onwillekeurig door iets wordt opgeroepen
    • Zijn naam heeft daardoor een nare bijklank gekregen. 
  2. (muziek) meeklinkende ongewenste klank
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be