anaeroob

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ae·roob
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘zonder zuurstof plaatsvindend of levend’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1909 [1]
  • Komt van het Griekse αηρ (lucht) met het voorvoegsel an-
stellend
onverbogen anaeroob
verbogen anaerobe

Bijvoeglijk naamwoord

anaeroob

  1. (biologie) zonder zuurstof kunnende leven
    • Er bestaan enkele anaerobe bacteriën. 
Schrijfwijzen
  • Tot 2005 was de spelling anaëroob. In de spelling van 2005 worden geen trema's geschreven in woorden van zuiver vreemde afkomst.
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

52 % van de Nederlanders;
73 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen