persoon vnw. ondw. voorw. kl. vnw. ondw. voorw. kl.
eerste mna ndi- -ndi- thina si- -si-
tweede wena u- -ku- nian ni- -ni-
derde lo u- -m- 1 aba ba- -ba- 2
lo u- -wu- 3 le i- -yi- 4
eli li- -li- 5 la a- -wa- 6
esi si- -si- 7 ezi zi- -zi- 8
le i- -yi- 9 ezi zi- -zi- 10
olu lu- -lu- 11
obu bu- -bu- 14
oku ku- -ku- 15

-ku-

  1. voorwerpsinvoegsel van de tweede persoon enkelvoud van het werkwoord: jou, je

Ik houd niet van je.#:*Andikuthandi. 

  1. onderwerpsinvoegsel van de tweede persoon enkelvoud van het werkwoord in ontkennende vorm: jij (niet)
    «Akundithandi?»
    Houd je niet van me.
  2. voorwerpsinvoegsel derde persoon voor een klasse 15 woord: het
  3. onderwerpsinvoegsel derde persoon voor een klasse 15 woord: het in een ontkennende zin