koper schijfje met een zuiverheid van meer dan 99,95%
  • zui·ver·heid
enkelvoud meervoud
naamwoord zuiverheid zuiverheden
verkleinwoord

de zuiverheidv

  1. helemaal vrij zijn van verontreinigingen, reinheid, properheid
  2. helemaal vrij zijn van bijmengingen
    • De zuiverheid van deze cocaïne valt zeer te betwijfelen. 
  3. van een persoon of functionaris: onberispelijkheid, kuisheid, maagdelijkheid
  4. van een redenering: helderheid, duidelijkheid
100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]