zonnerad

Nederlands

 
1. verbeelding van de schijnbaar in een cirkel draaiende zon
 
2. symbool voor Jezus Christus
Uitspraak
Woordafbreking
  • zon·ne·rad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zonnerad zonneraderen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

zonnerad o [1]

  1. verbeelding van de schijnbaar in een cirkel draaiende zon; symbool van leven en geluk
     Op de bolle voorkant van de gouden munten is een ‘triskeles’ of driebeen afgebeeld, een zonnerad-symbool. De holle achterkant vertoont een paardje. De archeologen denken dat het lokale munten zijn, geslagen in de regio Tongeren/Maastricht.[2]
  2. symbool voor Jezus Christus: I en X, van Oudgrieks Ἰησοῦς (Iesous) en Χριστός (Christós)
Synoniemen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron Wim Wirtz “Dit is een ware jongensdroom, zegt de hoogleraar archeologie” (14 november 2008), de Volkskrant
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be