Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zee·lui
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - zeelui
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

zeelui mv

  1. personen die voor hun beroep de zee bevaren
    • De zeelui waren voor het eerst sinds weken weer aan de wal. 
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord zeeman
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be