woningmarkt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wo·ning·markt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord woningmarkt woningmarkten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

woningmarkt v/m

  1. vraag en aanbod in woonruimte en de handel in woonruimte

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Troonrede 2016

Gangbaarheid