Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • woe·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen woelig woeliger woeligst
verbogen woelige woeligere woeligste
partitief woeligs woeligers -

Bijvoeglijk naamwoord

woelig

  1. in onrustige beweging
    • De golven waren door een storm wat verder van de kust een stuk woeliger geworden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be