waterleiding

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·lei·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterleiding waterleidingen
verkleinwoord waterleidinkje waterleidinkjes

Zelfstandig naamwoord

waterleiding v

  1. een leidingnetwerk om drinkwater vanuit een waterreservoir naar de verbruiker te vervoeren
  2. waterleidingbedrijf
  3. gegraven of natuurlijke geul, kanaal voor waterlozing.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be