• vorst·vrij
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vorstvrij vorstvrijer vorstvrijst
verbogen vorstvrije vorstvrijere vorstvrijste
partitief vorstvrijs vorstvrijers -

vorstvrij [1]

  1. van iets dat de temperatuur hoger blijft dan oC en er dus geen ijsvorming kan plaatsvinden
    • André de la Porte raadt mensen aan spullen die vorstvrij moeten worden bewaard uit de schuur of balkonkast te halen. „Denk bijvoorbeeld aan verf die je wil bewaren. Haal die spullen naar binnen.”[2] 
    • Neem daarom deze winter de tijd om slangen en slangklemmen te controleren en de huiddoorvoeren vorstvrij te maken. Dat verkleint het risico om de boot hangend aan de landvasten onder water aan te treffen.[3] 
98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf PATRICIA BOON 23 feb. 2018
  3. de Telegraaf EPCO ONGERING 07 jan. 2018
  4.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be