voorhechtenis


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·hech·te·nis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorhechtenis voorhechtenissen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

voorhechtenis v

  1. de periode dat een verdachte zijn vrijheid wordt ontnomen voordat de berechting plaatsvindt
    • Park Geun-hye vertoeft al bijna een jaar in voorhechtenis, nadat het parlement in december 2016 besliste om haar uit haar functie te ontzetten. Er waren achttien aanklachten tegen haar. Het gaat onder meer om machtsmisbruik, corruptie en het lekken van staatsgeheimen.[1] 
    • Marine P. stond al voor de aanslag op een ‘fiche S’, wat wil zeggen dat ze een mogelijk risico voor de staatsveiligheid inhoudt. Ze werd door de inlichtingendiensten gevolgd omdat ze ‘radicaalislamitische milieus’ bezocht. Na de terreurdaad van Lakdim werd ze in voorhechtenis geplaatst.[2] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen