vervaardigen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·vaar·di·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervaardigen
vervaardigde
vervaardigd
zwak -d volledig

Werkwoord

vervaardigen

  1. maken, samenstellen
    • Die fabrieksmensen kunnen 40 poppetjes per uur met de hand vervaardigen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be