verlanglijst

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·lang·lijst
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verlanglijst verlanglijsten
verkleinwoord verlanglijstje verlanglijstjes

Zelfstandig naamwoord

verlanglijst v/m

  1. Opsomming van wensen en verlangens.
    • Bij deeltjesfysici leeft de hoop dat wanneer ze deeltjes met steeds meer energie op elkaar schieten, in de brokstukken vanzelf een keer nieuwe, nog onbekende exemplaren opduiken. Daarnaast kan een sterkere reactor de eigenschappen van het higgsdeeltje nauwkeuriger in kaart gaan brengen. Dat staat bij de bouw van de FCC bovenaan de verlanglijst. [1] 
    • Het verwende kind had een grote verlanglijst voor haar verjaardag. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Volkskrant George van Hal 21 januari 2019 Cern onthult plannen voor nieuwe megaversneller van 100 kilometer
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be