verkwikking

Nederlands

 
de verkwikking
Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·kwik·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verkwikking verkwikkingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

verkwikking v [1]

  1. iets dat opfrist en weer nieuwe energie geeft
    • Frankrijk was veel beweeglijker, zorgvuldiger, dreigender dan Oranje. Bijna vanzelfsprekend. Met ontwikkelde lijven van de meest spiervezelrijke soort, terwijl bij Nederland de amechtig kwijnende Wesley Sneijder al in de eerste helft uitviel met op het oog een spierblessure. Riechedly Bazoer viel voor hem in en bracht tenminste verkwikking.[2] 
    • Het succes van Brodo zal zeker ook te maken hebben met het winterseizoen. Wat is er opbeurender dan een hete beker bouillon wanneer je door ijskoude, natte straten loopt? Instant verkwikking. Je zou wensen dat er snel zo’n bouillonloketje opent in de Kalverstraat, in elk stadscentrum eigenlijk.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Bart Hinke 25 maart 2016 Nederlands elftal onderuit op avond van Cruijff
  3. NRC Janneke Vreugdenhil 25 januari 2015 Bouillon is de nieuwe koffie
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be