verkeersslachtoffer

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·keers·slacht·of·fer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verkeersslachtoffer verkeersslachtoffers
verkleinwoord verkeersslachtoffertje verkeersslachtoffertjes

Zelfstandig naamwoord

verkeersslachtoffer o

  1. iemand die aan een verkeersongeluk ten offer valt
  2. een dier dat gedood wordt voor een verkeersvoertuig
    • Het dier dat onlosmakelijk is verbonden met de snelweg is de kerkuil. Het dier is onder vogels een van de grootste verkeersslachtoffers. [1] 
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen