Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • van·af
Woordherkomst en -opbouw

Voorzetsel

vanaf

  1. duidt een tijdstip aan waarna (en waarop) iets geldt
    • Vanaf de tweede juli is dit wel weer toegestaan. 
     ‘Ik ben gelukkig vast in dienst. Voor mijn baas is deze situatie uiterst vervelend. Veel bedrijven moeten nu een balans gaan zoeken tussen geld blijven verdienen en de veiligheid. Vandaag gaan we ook bekijken hoe we het vanaf volgende week gaan doen met het werk.’[3]
  2. duidt een vertrekpunt (plaats) aan
    • Vanaf Raleigh is het een goede vier uur rijden naar Bodie Island. 
     De hele dag was het vriendelijk en rustig weer geweest, maar nu kwam er vanaf de andere kant van de berg een zwaar onweer op me af dat om de paar seconden fel oplichtte.[4]
Schrijfwijzen

Bijwoord

vanaf

  1. van een last verlost zijn
    • Hij heeft dat dure jacht tijdig verkocht, daar is hij mooi vanaf. 
Opmerkingen
  • zie ook: Taaladvies Onze Taal.[5]
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. vanaf op website: Etymologiebank.nl
  2. "vanaf" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3.   Weblink bron Charlotte Huisman “Wie neemt er nog de trein op een stil Utrecht Centraal?” (13 maart 2020), de Volkskrant
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  5. https://onzetaal.nl/resultaten/?q=ben%2520er%2520vanaf
  6.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be