Hoofdmenu openen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • twee·to·nig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van twee en toon met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen tweetonig
verbogen tweetonige
partitief tweetonigs s -

Bijvoeglijk naamwoord

tweetonig [1]

  1. twee tonen hebbend, twee tonen producerend
    • Hoe eng zou Jaws zijn zónder het tweetonige thema dat John Williams erbij schreef? En wat blijft er over van de douchescène in Psycho als je de krijsende violen van Bernard Herrmann weglaat? In de documentaire worden herkenbare filmscores geanalyseerd. [2] 
    • Een oprecht gelovige man die heteroseksueel is, kan geboeid worden door de schoonheid, de bevalligheid, de charme van een vrouw. Daar is op zichzelf niets mis mee. Het is gegeven met Gods scheppingsplan dat de mens niet eenzaam maar tweezaam, niet eentonig maar tweetonig is. Op de werkvloer, in de maatschappij, in de cultuur, in de dagelijkse omgang met elkaar geeft de verscheidenheid van de seksen positieve prikkels en impulsen. [3] 
    • In de Brancherichtlijn voor het rijden met politievoertuigen is vastgelegd wat de regels zijn. Begin maart is een nieuwe Brancherichtlijn voor Optische en Geluidssignalen van kracht geworden. Die richtlijn leidt onder andere tot verbeteringen in de techniek, waaronder de keuze voor een tweetonig signaal met twee volumeopties voor alle hulpdiensten. De regeling maakt ook duidelijk hoe hulpdiensten moeten omgaan met het voeren van zwaailicht en sirenes. [4] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 07/12/2017 Knetterende oneliners
  3. Reformatorisch Dagblad Dr. J. Hoek 13-07-2005 Het verschil tussen zijn en doen
  4. Reformatorisch Dagblad 19-03-2009 Aantal ongelukken door politie in Twente gedaald