toespreken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·spre·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
toespreken
sprak toe
toegesproken
klasse 4 volledig

Werkwoord

toespreken

  1. het woord tot een bepaald iemand of een bepaalde groep richten
    • Hij sprak het bruidspaar toe op de bruiloft. 
    • De docent sprak de leerlingen vermanend toe over de slechte resultaten bij het laatste proefwerk. 
     Ook sprak ik mezelf af en toe streng toe en schold mezelf uit als ik weer eens een inschattingsfout had gemaakt.[1]
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be