toegenegen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • toe·ge·ne·gen
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen toegenegen toegenegener toegenegenst
verbogen - toegenegenere toegenegenste
partitief toegenegens toegenegeners -

Bijvoeglijk naamwoord

toegenegen

  1. liefhebbend
    • Hij was het meisje zeer toegenegen 
    • Zij was haar ziekte echtgenoot zeer toegenegen. 
Synoniemen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be