tienerjaren

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tie·ner·ja·ren
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - tienerjaren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tienerjaren mv

  1. deel van het leven vanaf de leeftijd 10 tot 20 jaar
    • In zijn tienerjaren werd hij een opstandige puber. 
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be