tevredenheid

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·vre·den·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tevredenheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

tevredenheid v

  1. het gevoel genoeg te hebben en voldaan te zijn
    • Vol tevredenheid zat hij te genieten van een borreltje met zijn vrienden. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be