staathuishoudkunde


  • staat·huis·houd·kun·de
enkelvoud meervoud
naamwoord staathuishoudkunde
verkleinwoord

de staathuishoudkundev [1]

  1. de leer van de financiële huishouding van een landelijke overheid; de leer betreffende het bestieren van een land
  2. de wetenschap die zich bezighoudt met de keuzes die mensen maken bij de productie, distributie en consumptie van goederen en diensten
     Wellink was onder meer bestuurslid van de Koninklijke Vereniging voor Staathuishoudkunde, voorzitter van het bestuur van de Koning Willem I Stichting en voorzitter van het Curatorium van de Rijksacademie voor Financiën en Economie. Buiten de financiële wereld was hij onder meer voorzitter van de raad van toezicht van het Nederlands Openluchtmuseum, lid van de raad van toezicht van het Mauritshuis en voorzitter van de raad van toezicht van zijn oude universiteit in Leiden.[2]
     Na de Tweede Wereldoorlog bezocht hij de hbs. Daarna studeerde hij economie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), waar hij cum laude afstudeerde. Hij promoveerde op een proefschrift over de prijstheorie en kreeg in 1964, op zijn dertigste, een aanstelling als hoogleraar staathuishoudkunde aan de UvA. Ook gaf hij zo'n tien jaar lang les op het Joodse Maimonides-lyceum in Amsterdam.[3]


  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron “Econoom Arnold Heertje (86) overleden” (Zondag 5 april 2020, 12:04), NOS