spreker

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spre·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spreker sprekers
verkleinwoord sprekertje sprekertjes

Zelfstandig naamwoord

spreker m

  1. iemand die een toespraak houdt
    • De ongeoefende spreker hield een eindeloze saaie toespraak. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be