sociologisch

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • so·cio·lo·gisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sociologisch sociologischer
verbogen sociologische sociologischere
partitief sociologisch sociologischers -

Bijvoeglijk naamwoord

sociologisch [1]

  1. betrekking hebbend op of product zijn van de sociologie
    • Via sociologisch onderzoek heeft men kunnen vaststellen welke factoren bepalen of mensen sporten. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen