slijtlaag


Nederlands

 
stroeve slijtlaag van een weg
Uitspraak
Woordafbreking
  • slijt·laag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slijtlaag slijtlagen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slijtlaag v/m [1]

  1. een dunne laag gebroken steenslag (split) die met behulp van een kleeflaag van bitumen op een bestaande asfaltverharding gekleefd wordt
    • De brug waar 's middags nog de berkelzomp doorheen voer met Sinterklaas aan boord, raakte door de brandstichting licht beschadigd. De brandweer stak met schoppen brandende stukken slijtlaag van het brugdek los. De brandhaard zou lijken op een in brand gestoken kunststof bierkrat. [2] 
    • Aan de constructie van de Veemarktbrug en de nog aan te leggen loopbrug naar het gemeentehuis is niets meer te doen. Zoveel is zeker, zegt wethouder Leo Scharenborg van Berkelland. Wel krijgt de Berkelbrug, die moeilijk toegankelijk blijkt voor rolstoel- en rollatorgebruikers, een zogenaamde ‘slijtlaag’. [3] 
    • In Enter gaat het om de Elsenerweg, Kartelaarsdijk, Beumersweg, Schipdamweg, Ganzenweg en de Goorseweg, het gedeelte binnen de bebouwde kom. In alle gevallen gaat het om het vervangen van de slijtlaag. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen