Nederlands

 
apothekersskink (Scincus scincus)
Uitspraak
  • (IPA in voorbereiding)
Woordafbreking
  • skink·ach·ti·gen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord skinkachtigen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de skinkachtigenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord skinkachtige
  2. meervoudsvorm als officiële benaming (reptielen) een infraorde Scincomorpha   van hagedissen (onderorde Lacertilia), bestaande uit 7 families. Onder andere de bekendere skinken en de echte hagedissen behoren tot deze groep. Infraorde Scincomorpha
Hyperoniemen
Hyponiemen (in taxonomische zin)
Verwante begrippen


Gangbaarheid

Meer informatie