• shot
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘injectie van drugs’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1968 [1]
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘foto- of filmopname’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1955 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord shot shots
verkleinwoord shotje shotjes

de shotm [3]

  1. foto- of filmopname
    • Er waren maar weinig shots bruikbaar omdat de actrice zich steeds versprak. 
    • Réparer les vivants, gebaseerd op de gelijknamige roman van Maylis de Kerangal, is de geschiedenis van een donorhart. De film begint lyrisch, met de 19-jarige surfer Simon die vroeg in de ochtend uit de slaapkamer van zijn vriendinnetje glipt en op zijn skateboard een heuvel afglijdt. Voor een dagje surfen dat eindigt in een drama: op de terugweg valt de chauffeur in slaap, prachtig verbeeld in een shot waarin een golf traag over het landschap glijdt. [4] 
  2. dosis van een medicijn of drug die men via een injectie krijgt toegediend
    • De junk stierf na zijn shot heroïne. 
  3. kleine hoeveelheid sterke drank die in één keer achterover geslagen kan worden
     De bar stond vol met shots en de sfeer zat er goed in.[5]
vervoeging van
shotten

shot

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van shotten
  2. gebiedende wijs van shotten
93 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[6]


  • shot
enkelvoud meervoud
shot shots

shot

  1. schot
  2. borrel

shot

  1. verleden tijd van shoot
  2. voltooid deelwoord van shoot