scheerwol
  • scheer·wol
enkelvoud meervoud
naamwoord scheerwol
verkleinwoord

de scheerwolv / m

  1. wol die van levende schapen geschoren is (dus niet van dode dieren en ook niet van oude wollen weefsels)
    • Driekwart van de Aziatische routes volgt het ideale pad om schaapskuddes naar, van en tussen de bergweiden te loodsen, zo rapporteren ze in Nature. Geen handelaars en avonturiers op zoek naar rijkdom trokken de zijderoute, maar schapen op zoek naar gras. De zijderoute is van zuiver scheerwol. [2] 
    • Karthaus vindt het wel een mooie toga. "Dat ingewikkelde plooienpatroon verwijst wat mij betreft naar het technische karakter van de universiteit. De UT heeft voor innovatief weefsel gekozen. Scheerwol van hoge kwaliteit, maar niet warm. De stof ademt." De toga is afgezet met groene bies. Er hoort een zeskantige, zwarte fluwelen baret bij. Plus een witte bef. [3] 
94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard DONDERDAG 16 MAART 2017
  3. Tubantia 05-september-2016
  4.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be