schadeclaim

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • scha·de·claim
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schadeclaim schadeclaims
verkleinwoord schadeclaimpje schadeclaimpjes

Zelfstandig naamwoord

schadeclaim m

  1. een eis tot schadevergoeding
    • Hij overweegt een schadeclaim in te dienen bij de horecagelegenheden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be