rotswol


Nederlands

 
rotswol
Uitspraak
Woordafbreking
  • rots·wol
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rotswol
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rotswol v/m

  1. steenwol, een isolatiemateriaal dat wordt vervaardigd uit diabaas of basalt
     Door basalt op extreem hoge temperaturen te verhitten slaagden metaalfabrieken erin om het haar van Pele na te bootsen. Het resultaat is steenwol, ook wel rotswol genoemd.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

34 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Jonathan Witteman “Van vulkaan tot paprikabodem tot binnenmuur” (18 oktober 2016), de Volkskrant
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be