rijdraad


Nederlands

 
repareren van de rijdraad
Uitspraak
Woordafbreking
  • rij·draad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rijdraad rijdraden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rijdraad m [1]

  1. elektriciteitskabel van de bovenleiding voor een trein of tram
     Het rangeerterrein betreft een gebied van zeventien voetbalvelden. Daar komt 35 kilometer aan spoorrails terug. Dan praat je over zestig wissels, 40.000 dwarsliggers en 65 kilometer aan rijdraad voor de bovenleiding.[2]
     Tijdens de buitendienststelling vervangt Prorail wissels, spoorstaven en dwarsliggers en vernieuwen ze de wisselverwarming en de rijdraad, de kabel van de bovenleiding.[3]
     Er was zaterdagochtend heel wat hinder tussen Oostende en Knokke. Door aanvriezende mist ondervond de kusttram problemen. Er werd een tijdlang gepoogd om met koperen slepers de rijdraad vorstvrij te maken, maar uiteindelijk besloot de vervoersmaatschappij om vervangbussen in te leggen.[4]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

47 % van de Nederlanders;
43 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron Marco van den Berg “Deel treinverkeer ligt plat rond Zwolle tijdens paasweekeinde” (05-04-2019), Tubantia
  3.   Weblink bron “Week lang minder treinen tussen Schiphol en Amsterdam” (16 juni 2017), Het Parool
  4.   Weblink bron “Kusttrams urenlang gehinderd door aanvriezende mist” (02/12/2017), De Standaard
  5.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be