plakbrief


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plak·brief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plakbrief plakbrieven
verkleinwoord plakbriefje plakbriefjes

Zelfstandig naamwoord

plakbrief m [1]

  1. openbare kennisgeving door middel van een brief die ergens aan wordt opgeplakt
    • De oude woning aan de Tolhuisstraat9 wordt binnenkort gesloopt en heropgebouwd. Door de eigenaresse werd daartoe een vergunning aangevraagd, waarvoor een gele plakbrief werd uitgehangen. Het huis dient, gezien de bescherming van Lillo als dorps- of stadsgezicht, in dezelfde zin heropgericht met instandhouding van het typische Zeeuwse dakgebint dat kenschetsend is voor het vestingdorp. [2] 
    • 'De varkens stonden ook niet vermeld op de plakbrief van Kurt Vander Beken. Na een aangetekende brief van onze advocaat hing die er plots wel, terwijl er in zo'n geval opnieuw een termijn voor een openbaar onderzoek moet worden bepaald.' [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Standaard 10 JANUARI 2008 Heropbouw
  3. De Standaard 07 OKTOBER 2008 Buurt Nazareth tegen varkensstallen
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be