• (IPA in voorbereiding)
  • pe·pi·no
enkelvoud meervoud
naamwoord pepino pepino's
verkleinwoord

pepino

  1. (bloemplanten) (groente) Solanum muricatum   een plant uit de nachtschadefamilie (Solanaceae  ). De vrucht wordt ook wel appelmeloen of meloenpeer genoemd. De plant is overblijvend, aan de basis verhout, slap, vaak liggend en wordt tot 1 m lang. De afwisselend geplaatste bladeren kunnen ongedeeld ovaal-lancetvormig zijn of uit drie tot zeven lobben bestaan en zijn variabel van grootte. De bloemen groeien in trossen in de bladoksels. In open toestand zijn de bloemen 3–4 cm breed en bestaan uit vijf blauwe en/of witte kroonbladeren


enkelvoud meervoud
pepino pepinos

pepino m

  1. (groente), (plantkunde) augurk, komkommer


  • pe·pi·no
enkelvoud meervoud
pepino pepinos

pepino m

  1. (groente), (plantkunde) augurk, komkommer