overboeking

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·boe·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overboeking overboekingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

overboeking v [1]

  1. een verkoper biedt meer goederen of diensten aan dat hij daadwerkelijk kan bieden in de veronderstelling dat een aantal bestellingen zullen worden afgezegd
    • Wij konden geen kamer krijgen in het hotel ondanks onze reservering want er waren teveel overboekingen gedaan. 
  2. een financiële transactie waarbij geld van de ene naar de andere bankrekening gaat zonder dat waardepapieren worden gebruikt
    • Om het land toch draaiende te houden stortte Suriname zich diep in de schulden. Grote hoeveelheden goud van de Centrale Bank werden voor miljoenen dollars verkocht en er werden dure internationale obligatieleningen afgesloten. Suriname kreeg ook een toezegging van bijna een half miljard dollar van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in ruil voor harde bezuinigingsmaatregelen. Een eerste tranche werd overgemaakt, maar een laatste overboeking bleef tot nu toe uit omdat Suriname zich niet houdt aan de strenge voorwaarden van het IMF, zoals de drastische verhoging van de tot nu toe deels gesubsidieerde energietarieven.[2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Nina Jurna 17 januari 2017
  3.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be