Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: opstèllen


  • op·stel·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opstellen
stelde op
opgesteld
zwak -d volledig

opstellen

  1. overgankelijk op zijn plaats zetten
    • De camera's waren al opgesteld. 
     In het Palais des Bonbons et du Nougat in Montélimar is met klassieke auto's een file opgesteld. In Pouilly-sur-Loire staat Les 200 Bornes, een pompstation annex hotel-restaurant in oude stijl.[1]
     Eindeloos veel tentjes stonden verdekt opgesteld onder de laaghangende boomtakken.[2]
  2. overgankelijk op schrift zetten
    • Het contract werd daarna snel opgesteld. 
  3. (een theorie, een plan) ontwerpen
  4. zich een bepaalde houding aanmeten
     Ik werd er ook minder dominant van, ik moest me flexibel opstellen, kreeg niet altijd mijn zin en had meer aandacht voor andere mensen die binnen groepen ook weinig zeiden.[2]

de opstellenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord opstel
99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]
  1.   Weblink bron
    Peter Giesen
    “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant
  2. 2,0 2,1
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  3.   Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be