opklaring

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·kla·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord opklaring opklaringen
verkleinwoord opklarinkje opklarinkjes

Zelfstandig naamwoord

opklaring v

  1. het wegtrekken van de bewolking
    • Het wordt regenachtig, maar in de middag zullen er enkele opklaringen zijn. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be