okselstandig


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ok·sel·stan·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen okselstandig
verbogen okselstandige
partitief okselstandigs

Bijvoeglijk naamwoord

okselstandig [1]

  1. (plantkunde) in de hoek tussen twee plantdelen ontstaand; bloeiwijze van bloemen
Antoniemen

Gangbaarheid

12 % van de Nederlanders;
16 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen