noordwester

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • noord·wes·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noordwester noordwesters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

noordwester m

  1. wind uit het noordwesten
    • De rest van de week blijft het weer herfstig. De temperatuur komt donderdag en vrijdag niet boven de 17 graden uit. Normaal is het in deze tijd rond de 20 graden. De stevige noordwester maakt het voor het gevoel nog wat frisser.[1] 
    • Zondag maakt de herfst overuren. Het blijft onstuimig met een stevige noordwester. In de kustgebieden kan het soms stormachtig waaien. Daarbij is kans op zware windstoten rond 75 km/u.[2] 
    • Het hoge water in Nederland is een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Een natte december en begin van het nieuwe jaar, hoge temperaturen en een stormachtige noordwester wind zijn de grote boosdoeners van de overlast. Dat stelt het KNMI vandaag op de website.[3] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
noordwesteren

noordwester

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van noordwesteren
    • Ik noordwester. 
  2. gebiedende wijs van noordwesteren
    • Noordwester! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van noordwesteren
    • Noordwester je? 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Het Parool 2 SEPTEMBER 2015 [2 SEPTEMBER 2015 Het herfstige weer houdt rest van de week aan ]
  2. de Telegraaf 09 nov. 2017 Guur herfstweekend voor de boeg: natte sneeuw en hagel
  3. Tubantia 07-01-12 Hoogwater ongelukkige samenloop omstandigheden
  4.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be