noordoostenwind

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • noord·oos·ten·wind
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord noordoostenwind noordoostenwinden
verkleinwoord noordoostenwindje noordoostenwindjes

Zelfstandig naamwoord

noordoostenwind m

  1. een wind die uit het noordoosten komt en naar het zuidwesten waait
     In de eerste maanden van het nieuwe jaar woei onafgebroken een felle noordoostenwind, die pal op het raam van Quispels werkkamer stond.[1]
     Overigens waren de temperaturen de laatste anderhalve week in grote delen van Europa nog veel extremer dan in Nederland. In Nederland maakte een noordoostenwind woensdag tijdelijk een eind aan de hitte, maar in bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk en de Alpenregio bleef de zuidenwind hete droge lucht uit de Sahara aanvoeren.[2]
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. A.F.Th. van der Heijden   “Advocaat van de Hanen” (1990), De Bezige Bij  , ISBN 9789023479925
  2.   Weblink bron “Warmste juni ooit gemeten in Nederland en andere Europese landen” (30-06-2019), NOS