zuidoostenwind

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zuid·oos·ten·wind
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord zuidoostenwind zuidoostenwinden
verkleinwoord zuidoostenwindje zuidoostenwindjes

Zelfstandig naamwoord

zuidoostenwind m [1]

  1. wind die uit het zuiden en het oosten komt
     De meteorologen van Weerplaza voorspellen een zondag met flink wat zon, maar ook een stevige zuidoostenwind. ,,Ideaal weer voor watersporters, maar zij moeten wel rekening houden met koud water en gevaar op onderkoeling”, aldus weerman Raymond Klaassen.[2]
     Het uitgesproken zonnige weer gaat samen met aanvoer van zeer warme lucht, die naar Nederland stroomt met een zwakke zuidoostenwind.[3]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2.   Weblink bron “Zonnige zondag voor de deur met stevige wind” (30-04-2017), Tubantia
  3.   Weblink bron “Recordtemperatuur: Nederland smelt een maand eerder” (19-04-2018), Tubantia