moeilijkheid

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • moei·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord moeilijkheid moeilijkheden
verkleinwoord moeilijkheidje moeilijkheidjes

Zelfstandig naamwoord

moeilijkheid v

  1. iets dat moeilijk of lastig is
    • Ik heb je toch niet in moeilijkheden gebracht? 
     Ik telde mijn zegeningen, overpeinsde de alledaagse moeilijkheden van mijn werk en de onrust in de wereld.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be