mespunt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mes·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mespunt mespunten
verkleinwoord mespuntje mespuntjes

Zelfstandig naamwoord

mespunt v / m / o

  1. de punt van een mes
  2. (kookkunst) kleine hoeveelheid van een ingrediënt in poedervorm ter grootte van een mespunt
    • Voeg een mespuntje zout toe 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be