meeldauw

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meel·dauw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meeldauw -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

meeldauw m

  1. (schimmels) dunne, oppervlakkige schimmelaantasting van planten waarbij op diverse plantendelen een wit of grijs schimmelpluis gevormd wordt
     Cox’s-bomen zijn vatbaar voor ziektes als meeldauw.[4]
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
67 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen