leerpunt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leer·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leerpunt leerpunten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

leerpunt o [1]

  1. een fout waarvan je kunt leren, zodat je hem in de toekomst niet meer maakt
    • Over het informeren van de raad zegt hij: "Als ik het over zou moeten doen, had ik het precies zo gedaan. Het punt over het plaatsen van het advies onder de risicoparagraaf, neem ik als leerpunt mee." [2] 
    • Wanneer het onderzoek naar het voorval wordt afgerond kon ze niet zeggen. De leerlingen hebben nu nog twee weken les voor de boeg. Of de wiskundelessen voor 2B1 vervallen, of worden overgenomen door een collega's is nog niet bekend. Wat De Lange betreft is het incident "een signaal om goed na te denken over wat acceptabel is. Dat is voor ons het leerpunt." [3] 
    • Het idee van de gemeente is dat ambtenaren, als ze kiezen voor een tegoedbon, uiteindelijk bij lokale ondernemers meer uitgeven dan de waarde. Maar lokale ondernemers zijn niet zo happig op de actie. "Twintig winkeliers werken mee, maar een groot deel heeft ook gezegd dat het niet interessant genoeg is", aldus wethouder Javier Cornelissen. "Dat is een leerpunt dat we meenemen naar volgend jaar." [4] 
  2. leerstelling van een geloof of godsdienst
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[5]


Verwijzingen