kinderbad

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·bad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kinderbad kinderbaden
verkleinwoord kinderbadje kinderbadjes

Zelfstandig naamwoord

kinderbad o

  1. badje (teil) voor kinderen
  2. ondiep bassin in een zwembad

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be