katt, m

  1. onbepaalde vorm accusatief enkelvoud van kattur


  • katt
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord kǫttr (kat)
Naar frequentie 2327
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   katt     katten     katter     kattene  
genitief   katts     kattens     katters     kattenes  

katt m

  1. (roofdieren) kat, Felis sylvestris catus  
  2. (roofdieren) wilde kat, Felis silvestris  
  3. (roofdieren) benaming voor katachtige dieren
  4. geselkat
  5. (scheepvaart) katrol (om het anker op te hijsen)


  • katt
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord kǫttr (kat)
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   katt     katten     kattar     kattane  

katt m

  1. (roofdieren) kat, Felis sylvestris catus  
  2. (roofdieren) wilde kat, Felis silvestris  
  3. (roofdieren) benaming voor katachtige dieren
  4. geselkat
  5. (scheepvaart) katrol (om het anker op te hijsen)


  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   katt     katten     katter     katterna  
genitief   katts     kattens     katters     katternas  

katt, g

  1. (roofdieren) kat, Felis sylvestris catus