• in·ge·richt
vervoeging van: inrichten…
verbogen vorm: ingerichte

ingericht

  1. voltooid deelwoord van inrichten
     Pas na het passeren van Kearsarge Pass, toen we de uitgestrekte groene vallei van Kings Canyon in liepen, raakten we aan de praat. Het was fascinerend te horen hoe England zijn leven had ingericht.[1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ingericht ingerichter ingerichtst
verbogen ingerichte ingerichtere ingerichtste
partitief ingerichts ingerichters -

ingericht

  1. voorzien van meubelen en andere zaken die noodzakelijk zijn om in een ruimte te kunnen wonen
    • Wij huurden een volledig ingerichte tent, omdat we in onze kleine auto onmogelijk zelf alle kampeerspullen konden meenemen 
    • In zijn kraton Kaspuhan geeft de jonge sultan Natadiningrat een rondleiding door de rijk ingerichte en gestoffeerde koninklijke zalen. [2] 
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers  
  2. Tubantia Wilma van der Maten 20-08-15, Een Javaanse koningsstad herrijst