golfclub

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • golf·club
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord golfclub golfclubs
verkleinwoord golfclubje golfclubjes

Zelfstandig naamwoord

golfclub v / m

  1. vereniging voor het golfspel
     Een dorpse enclave op een kleine veertien vierkante kilometer in het hart van de stad Hempstead, compleet met drie golfclubs die allemaal hun best deden om de exclusiefste te zijn en daarmee ook meteen de meest geslotene waren.[1]
  2. stok voor het golfspel
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen

  1. Harstad, Johan “Max, Mischa & het Tet offensief” (2018), Podium  , ISBN 9789057599187, p. 135
  2.   Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be